Hoeveel Limburgers leven in armoede?

Armoede in beeld
Armoede in beeld

Armoede laat zich moeilijk in cijfers vatten. Met de gekende cijfers kan de armoedeproblematiek in kaart gebracht worden. Maar armoede is zo complex en grijpt in op meerdere dimensies van iemands leven. De cijfers zijn slechts een benadering van de sociale werkelijkheid. Niet alle aspecten van armoede kunnen eenduidig gemeten worden. Zo bestaat het risico dat we aspecten van armoede die niet gemeten kunnen worden, uit het oog verliezen.

Hieronder is de armoede in Limburg op verschillende manieren gemeten. Volgens de wettelijke armoedegrens is iemand arm als men minder heeft dan een vastgelegd minimum. Onder deze grens is het volgens de wetgever moeilijk om een bestaanszeker leven op te bouwen. De wettelijke armoedegrens komt overeen met het bedrag van uitkeringen zoals het leefloon, de inkomensgarantie voor ouderen en de tegemoetkomingen voor personen met een handicap. Deze grens is niet gebaseerd op werkelijk gemeten behoeften, maar het resultaat van politieke besluitvorming. 

De meest gebruikte methode is de relatieve armoede: iemand is arm als men minder heeft dan anderen in de samenleving. De armoedegrens wordt vastgelegd op een percentage van het ‘gewone’ inkomen of het ‘mediaan equivalent gezinsinkomen’. Volgens de EU zijn inwoners van een bepaalde lidstaat arm als ze beschikken over een inkomen beneden 60 % van het mediaan equivalent inkomen van die lidstaat en wordt Europese armoedegrens benoemd. De gegevens over het aantal Limburgers met recht op voorkeurtarief in de ziekteverzekering geven ons een beeld van het aantal personen dat over een relatief laag inkomen beschikt.  

Meer dan 15 000 Limburgers moeten rondkomen met inkomen onder de wettelijke Armoedegrens

Volgens de recentste cijfers moeten 15.686 Limburgers het redden met een inkomen ter hoogte van de wettelijke armoedegrens. Dit zijn personen die afhankelijk waren van een leefloon, een inkomensgarantie voor ouderen of een inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap. Dat is 1,8 % van alle Limburgers. Dit percentage is niet alleen een onderschatting, het bedrag van de wettelijke armoedegrens ligt ook lager dan wat algemeen aanvaard wordt als armoedegrens. 

Minstens 130 000 Limburgers – één op zeven inwoners - met inkomen onder de Europese armoedegrens

In 2017 ontvangen 130.831 Limburgs het voorkeurtarief in de ziekteverzekering omdat ze over een relatief laag inkomen beschikken. Dit is een indicatie van het aantal Limburgers onder de Europese armoedegrens. Bijna één op zeven Limburgers (15,1 %) is hiermee bestaansonzeker. Bovendien doet Limburg het slechter dan Vlaanderen (14,4 %) en neemt het aantal Limburgers onder de Europese armoedegrens sinds 2013 toe met 10.739 Limburgs.

Een op negen geboorten in een kansarm gezin

Bijna 14,23 procent van alle geboorten in 2017 was in Limburg in een kansarm gezin. Hiermee scoort onze provincie hoger dan het Vlaams Gewest (13,76 %). De kinderarmoede stijgt in Limburg van 11,04 % in 2012 tot 14,23 % in 2017. Elk kind dat geboren wordt in een kansarm gezin, begint in een ongunstige startpositie aan het leven.

Specifieke cijfers per gemeente vind je bij de sociale planning van de provincie Limburg.

Voor de volledige  nota i.v.m. recente armoedecijfers in Limburg, klik hier.